Shadow
Shadow

Persoonlijke portretten – Arie Kok

Arie vertelt:

“Ik ben eigenlijk het bedrijf Stoppelenburg ‘ingerold’. Als taxichauffeur werkte ik in Capelle en via de mobilofoon had je ook contact met chauffeurs van andere bedrijven. Ik werd nieuwsgierig naar het taxibedrijf in Lekkerkerk en ging er eens langs. Zo ging dat toen in 1975. Even een gesprekje met Teus en ik was aangenomen. Ik deed van alles, taxi rijden, ambulance, trouwrijden. En ja, het werd een keertje druk en er was niemand om een overledene mee op te halen. Teus was ziek en ik ging met Kees (die nog geen rijdbewijs had) mee. Zo is de liefde voor het uitvaartwerk begonnen.

Alle facetten van het uitvaartwerk vind ik mooi om te doen, het verzorgen, het kleden, de uitvaart regelen, aanwezig zijn tijdens de condoleance en de uitvaart begeleiden. Het sprak me echt aan om er te zijn voor de mensen tijdens de emotionele en zware dagen na het overlijden tot en met de uitvaart. In die tijd reed je het ene moment nog op de ambulance en het volgende moment zat je aan tafel om een uitvaart te bespreken. Ik ken ook heel veel mensen door het uitvaartwerk. Als ik over het dorp (Lekkerkerk) loop dan vraagt mijn kleindochter altijd: “Wie zijn toch altijd al die mensen die met je praten opa?”. Die ken ik van mijn werk zeg ik dan.

Er zijn voor de mensen, het persoonlijke contact, dat vind ik het mooiste. Het is heel gek maar mensen zijn toch blij als ze me zien ook al herinner ik hen aan bijv. de begrafenis van hun dochtertje. Ik heb zelf ook heel veel herinneringen maar heb geleerd om het verdriet niet mee naar huis te nemen. Wel denk ik vaak aan hoe het vroeger was en hoe anders het nu is. We typten bijv. de rouwkaart en brachten die naar drukker Wout Klerk op de Korte Achterweg. Als de kaart dan door Wout gedrukt was dan moesten we de kaart nalezen en zat er een fout in dan moest de kaart opnieuw gezet worden op de drukplaat. Moest er een advertentie in de krant geplaatst worden dan reden we naar Rotterdam en leverden de rouwkaart in bij het Vrije Volk in de Witte de Withstraat.

We hadden zelf nog dragers zoals Adriaan Noordegraaf, Chris de Bode, Cor Berger en vele anderen. De catering was sober, er werden alleen maar witte of bruine broodjes met kaas of ham gegeten. Oh ja, en roken, overal mocht je roken. In de rouwkamer stonden dan ook altijd sigaretten met en zonder filter en sigaren op tafel.

Ik vind de tijden nu wel heel erg veranderd. Je kent niet meer iedereen en het uitvaartwerk is erg veranderd. De mensen willen en doen steeds meer, er is veel meer catering en er worden bijv. foto’s getoond. Vroeger had je alleen muziek bij crematies, nu ook bij begrafenissen. Ook waren er vroeger veel meer kerkelijke begrafenissen, zeker ook toen Arie Twigt erbij kwam in Krimpen aan den IJssel en Teus zijn uitvaartonderneming overnam. Iedereen kende vroeger de uitvaartondernemer. Er waren ook veel minder uitvaartondernemers, nu is de markt overspoeld. Tegenwoordig gebeurt alles digitaal, dat is snel en makkelijk maar ook onpersoonlijk vind ik.”

Arie heeft van 1975 tot 1990 bij Stoppelenburg gewerkt. Daarna heeft hij tot 2004 bij de ambulancedienst gewerkt waar hij verplicht op zijn 55e met pensioen moest. Vanaf 2004 is hij weer bij Stoppelenburg in dienst getreden.  In juli wordt Arie 71 jaar. Gaat hij nog door met het uitvaartwerk? “Als ik gevraagd word door familie, vrienden of bekenden dan zal ik zeker nog uitvaarten begeleiden. Natuurlijk als mijn gezondheid het toelaat want in het uitvaartvak heb ik geleerd om met de dag te leven”.

Arie sluit af met een mooie herinnering aan een uitvaart: “We hadden een hele drukke condoleance gehad in Opperduit, er waren meer dan 1000 mensen geweest. Een mooi eerbetoon aan het leven dat is geweest vind ik. Op de dag van de uitvaart reden we met de rouwstoet over de Hoekseweg naar de Wetering Oost. Ik liep voorop. Toen we langs de wei kwamen waar de koeien van de overledene stonden, gingen alle koeien langs de slootkant staan. Dat vond ik zo mooi, ik was er door ontroerd.”

NB: Tekst en foto’s zijn geplaatst met toestemming van Arie.

[Tekst en foto’s:  Ali Stoppelenburg]